In wetenschappelijk onderzoek worden diverse interpretatieve raamwerken gebruikt, zoals theorieën uit de sociale wetenschappen (e.g. post-positivisme, sociaal constructivisme) en social justice theorieën (e.g. feministische theorieën, queer theory, critical race theory). Social justice theorieën richten zich op ongelijkheden in de samenleving en streven naar verandering. Dergelijke theorieën hebben daarmee een activistische agenda. Critical race theory (CRT) is een belangrijk social justice raamwerk, dat zich richt op (post-burgerrechten beweging) racisme in de Verenigde Staten (“new racism”). Critical race theoretici, voornamelijk kritische burgerrechten juristen, worstelden met de betekenis van dit nieuwe racisme en vermeend kleurenblindheid in wetten, beleid en praktijk. Derrick Bell (Harvard professor en leraar van Barack Obama) en Alan Freeman zijn enkele van de grondleggers van CRT. Deze academici bekritiseerden de bestaande opvattingen over racisme in de Amerikaanse samenleving, die zogenaamd “post-raciaal” zou zijn geworden. Zij erkenden dat er een conceptueel raamwerk nodig was om de meer subtielere vormen van racisme (in het rechtssysteem) te bestrijden en misverstanden ten aanzien van raciale kwesties te corrigeren. In de loop der jaren heeft CRT ook veel aandacht gekregen van wetenschappers uit andere disciplines, zoals vrouwenstudies, onderwijskunde, etnische studies, etc. Deze wetenschappers bestuderen racisme in sociale instituten, raciale ongelijkheden, historische problematieken van overheersing, macht en representatie.

CRT wordt gekenmerkt door diverse veronderstellingen en basisinzichten. Een belangrijke veronderstelling is dat racisme diepgeworteld is in westerse samenlevingen en genormaliseerd in beleid, wetgeving, instituten (e.g. families, scholen). CRT focust zich hier voornamelijk op racisme, maar heeft tegelijkertijd steeds meer aandacht voor intersecties met andere indicatoren van identiteit, zoals gender, etniciteit, SES, leeftijd, seksualiteit etc. Ook beargumenteert CRT dat racisme andere betekenissen heeft in diverse historische contexten. Ook belangrijk in CRT is de overtuiging dat ras een sociaal construct is in tegenstelling tot een biologische waarheid. Verder heeft CRT, kritiek op dominante ideologieën in de samenleving, zoals de mainstream visies ten aanzien van objectiviteit, kleurenblindheid, meritocratie, liberalisme, diversiteit, etc. CRT speelt hiermee een belangrijke rol in het ontmaskeren van de mythe van kleurenblindheid en in het ontwikkelen van waardevolle theorieën in relatie tot witte suprematie als een sociaal systeem in plaats van een ideologie van witte nationalisten en neonazi’s. Ook spelen de ervaringen van mensen van kleur, een grote rol in CRT (‘voice of color’). Wetenschappers stellen dat de structuur van witte suprematie zo diepgeworteld is in de samenleving dat het erg moeilijk is voor de dominante groep om dit te herkennen. Personen van kleur hebben in veel gevallen meer ervaring en kunnen daarom vaker een completere visie geven ten aanzien van racisme als sociaal en structureel probleem. Dit is echter niet altijd het geval. Ook personen van kleur zijn gesocialiseerd middels het master narrative in onze maatschappij. Tegelijkertijd zijn er ook witte mensen die counter narratives kunnen vertellen. Counter narratives kunnen verteld worden middels verhalen, orale geschiedenis, familieverhalen, scenario’s, hiphop, kunst, fictie, etc.

CRT is dus ontstaan en uitgewerkt in de Verenigde Staten, maar kan ook voor Europese wetenschappers een belangrijk conceptueel hulpmiddel zijn. Ook in Nederland, waar kleurenblind racistische frames veel gebruikt worden en racisme als structureel probleem door mensen in alle lagen van de bevolking ontkend wordt. In Nederland wordt zelfs vaak gesteld dat het idee van ras, of het onderzoeken van racisme, op zichzelf racistisch is. Om die reden, en andere “racisme is een Amerikaans probleem”-retorieken, wordt CRT vaak door tegenstanders in Nederlandse context, tenietgedaan. Dit is niet vreemd in een samenleving waar weinig historische kennis bestaat ten aanzien van het thema en waar racisme jarenlang een taboeonderwerp is geweest in publieke contexten. In Nederland zijn er echter voldoende wetenschappers (e.g. Teun van Dijk, Gloria Wekker, Philomena Essed, Melissa Weiner, etc.), journalisten en activisten, die illustreren dat, hoewel soms subtiel en vaak ontkent, racisme een belangrijk deel uitmaakt van de Nederlandse maatschappij en CRT een nuttige theoretische basis is om racisme in Nederland te onderzoeken.

Bronnen

  • Bonilla-Silva, E. (2015). More than Prejudice: Restatement, Reflections, and New Directions in Critical Race Theory, Sociology of Race and Ethnicity, 1 (1), (2015): 75-89.
  • Bonilla-Silva, E., & Ashe, A. (2014). The end of racism? Colorblind racism and popular media. The colorblind screen: Television in post-racial America, 57-79.
  • Delgado, R. et al. (1995), Critical race theory: The cutting edge. Philadelphia: Temple University Press, xiii.
  • Delgado, R. & J. Stefancic (2012), Critical Race Theory: An Introduction. New York: NYU Press.
  • Gillborn, D. (2006), Critical Race Theory and Education: Racism and Anti-racism in Educational Theory and Praxis, Discourse: studies in the cultural politics of education, 27 (1): 11-32.
  • Martinez, A.Y. (2014), Critical race theory: Its origins, history, and importance to the discourses and rhetorics of race, Frame: Journal of Literary Studies: Racism in the Netherlands, 27(2).