Woorden en beelden hebben een macht in het vormen van de maatschappij. De impact hiervan wordt echter onderschat. Onze samenleving is doordrenkt met koloniale stereotypen en karikaturen die zo ingebed zijn in onze ideeën dat het als vanzelfsprekend geactiveerd wordt wanneer wij geconfronteerd worden met bepaalde groepen mensen of thematiek. We weten vanuit de psychologie dat elke keer als een bepaalde groep gerelateerd wordt aan bijvoorbeeld criminaliteit, onze neuronen in onze hersenen dit aan elkaar linken. Hoe vaker we dit zien, hoe sterker deze link wordt. Om dit tegen te gaan is het belangrijk om te onderzoeken op welke wijze wij gesocialiseerd zijn ten aanzien van ras: Welke stereotypen en karikaturen hebben wij aangeleerd in Nederland?

Stereotypen zijn generalisaties over een bepaalde groep personen. Generalisaties die ervan uitgaan dat het stereotype geldt voor elk individu uit die bepaalde groep. Stereotypen zijn hiermee direct gerelateerd aan en vaak gebaseerd op vooroordelen. Stereotypen komen bijvoorbeeld duidelijk terug in de media, onder meer sport(verslaggeving). De “zwarte atleet” is bijvoorbeeld een stereotypisch, niet intellectuele manier om een zwart individu neer te zetten. Het koloniale onderscheid tussen zwarte mensen als meer fysiek en witte mensen als intellectueler is tot op heden duidelijk terug te vinden in sport. Uit onderzoek (Van Sterkenburg, Knoppers, & de Leeuw, 2012; Verhage, 2013) komt bijvoorbeeld naar voren dat voetbalcommentatoren zwarte spelers significant vaker aanduiden met termen gerelateerd aan hun fysieke kwaliteiten (natuurtalent, snel, lenig, of gerefereerd aan hun lichaamsbouw etc.) ten opzichte van witte spelers, die eerder worden aangeduid met terminologie gerelateerd aan hun intellectuele capaciteiten (strategisch inzicht, intelligent, overzicht, leiderschap, discipline, etc.).

Een ander voorbeeld van een stereotype is het idee dat zwarte mensen een lage sociaaleconomische status zouden hebben. Dit wordt regelmatig ge(re)produceert (denk aan het klantenprofiel van de Albert Heijn). Dergelijke wijdverspreide stereotypen kunnen behoorlijke consequenties hebben zoals bijvoorbeeld in het onderwijs. Wanneer leerkrachten er bij voorbaat vanuit gaan dat leerlingen financieel, sociaal, cultureel (en intellectueel) kapitaal zouden missen, dan heeft dat een direct negatief effect op de resultaten van leerlingen.

Karikaturen daarentegen zijn “mythische” figuren die worden afgebeeld met absurde en overdreven eigenschappen. Dergelijke overdreven eigenschappen kunnen fysiek zijn (door bijvoorbeeld vormen dan wel kleur te overdrijven), maar ook door een product toe te voegen aan het figuur (zoals een Zwarte Pietenkostuum). Ook worden bepaalde gedragingen en stereotypen aan het figuur toegevoegd. Zo worden bijvoorbeeld stereotypen, zoals “luiheid”, “potsierlijkheid”, “kinderlijkheid”, “gezelligheid”, “criminaliteit” toegevoegd aan karikaturen van zwarte mensen. Karikaturen zijn dus figuren die worden gecreëerd aan de hand van raciale stereotypen en geracialiseerde uiterlijkheden.

In de Verenigde Staten zijn er sinds de slavernijtijd diverse karikaturen ontstaan, zoals: de “luie en laffe Sambo”, de “boze Sapphire”, de “loyale en simpele Mammy en Uncle Tom”, de “dreigende Coon”, de “gevaarlijke Bruut”, de primitieve “Savage”, de “hyperseksuele Jezebel en Buck”. Een diversiteit aan karikaturen bedacht om zwarte Amerikanen als “minder” neer te zetten. De “Sambo” werd bijvoorbeeld neergezet als een domme, grappige, luie, kinderlijke clown, maar een loyale dienaar en hij werd gebruikt om Jim Crow segregatie te rechtvaardigen. De “Coon” kinderachtig, nutteloos en niet te vertrouwen. Wij hebben deze karikaturen ook in Nederland veelvuldig naar voren zien komen. Zo is het beeld van zwarte mensen als gewillige, loyale dienaren een tijdlang de meest gebruikte afbeelding geweest van zwarte mensen in de Nederlandse cultuur. Dit nam nog meer toe, toen er honderden zwarte mensen in Nederland woonden als slaafgemaakten, bedienden, of militairen in de achttiende eeuw (Blakely, 1993).

Animalisering

In Nederland zien we nog veel van deze karikaturen en de daaraan gerelateerde stereotypen terug in onze hedendaagse beeldvorming. De raciale stereotypen achter de karikaturen van de “Sambo” (e.g. Zwarte Piet) en de “Bruut” (e.g. gevaarlijke crimineel) komen ook in Nederland duidelijk terug. Dit zien we duidelijk in de wijze waarop zwarte mensen in Nederland in beeldvorming worden geanimaliseerd en gecriminaliseerd.

fbeeldingsresultaat voor the brute vogue

erelateerde afbeelding

Hyperseksualiteit

Ook de “hyperseksuele Jezebel en Buck” zien wij terug in onze cultuur. Hiërarchie wordt tot op heden gefabriceerd middels het seksualiseren en erotiseren van personen van kleur. Onderstaand tref je een vergelijking tussen een reclame van Suit Supply en beeldmateriaal van Saartje Baartman. Met deze vergelijking wordt getoond dat de hedendaagse obsessie met de vormen van zwarte vrouwen reeds voorkwam in het koloniale verleden. Ook oorspronkelijke inwoners in de Amerika’s werden geërotiseerd. Er werd gesteld dat zij geen ziel hadden en als dieren in zonde leefden. Dit werd vervolgens gebruikt als rechtvaardiging voor het geweld van onder andere de Spanjaarden en Nederlanders. De animalisering en erotisering van oorspronkelijke inwoners is dus ook een voorbeeld van koloniaal gedachtegoed dat terug te zien is in het heden (VanVugt, 2016). Ook zien we dergelijke beeldvormingen terug ten aanzien van zwarte mannen, denk bijvoorbeeld aan de wijze waarop Surinaamse mannen worden neergezet als promiscues, seksueel en ritmisch (etc.) in het cultureel discourse. Zie bijvoorbeeld het onderstaande artikel geschreven door de Viva redactie in 2015.

fbeeldingsresultaat voor racistische reclames

erelateerde afbeelding

fbeeldingsresultaat voor 10 redenen om een donkere

fbeeldingsresultaat voor 10 redenen om een donkere

Zwarte Piet

Zwarte Piet is uiteraard een van de meest voorkomende en breed geaccepteerde karikaturen in Nederland. Zwarte Piet is direct te relateren aan de stereotypische representaties van zwarte mensen verspreid via de populaire minstrel shows in de Verenigde Staten en Europa gedurende de negentiende en begin twintigste eeuw. Tijdens deze shows werden Afrikaanse en zwarte Amerikaanse culturen toegeëigend en misbruikt om winst te maken en om populariteit te verkrijgen. De traditie van blackface werd in de V.S. al sinds de 18e en 19e eeuw steeds meer afgekeurd. Zwarte mensen werden afgebeeld als karikatuur. Wanneer men vandaag blackface draagt, roept dat stereotypische beelden op. Dit zien we duidelijk terug in de karikatuur van Zwarte Piet. Dit gebruik van blackface is een vorm van cultural appropriation (culturele toe-eigening).

De “moderne” versie van Sinterklaas, is geïntroduceerd door een leerkracht, Jan Schenkman in 1848 (hoogtepunt van kolonialisme). Hij heeft enkele van de bekende liederen en het idee van de stoomboot bedacht en Zwarte Piet als knecht geïntroduceerd. Het is zeer waarschijnlijk dat Zwarte Piet in die tijd als slaafgemaakte werd beschouwd, gezien de slavernij in Suriname pas in 1863 (in werkelijkheid 1873) afgeschaft zou worden. Veel wetenschappers hebben erop gewezen dat, de bediende van Sinterklaas, alleen in Nederland en België, als jonge Afrikaan werd afgebeeld, in plaats van een “vies van de schoorsteen” of demonisch-achtig figuur (e.g. Germaanse mythologie) (Brienen, 2014). Zwarte Piet als karikatuur is een onderdeel van de (complexe) historische beeldvorming van zwarte mensen in Nederlandse populaire cultuur: zwarte mensen als knechten, de slaafgemaakten, de exotischen, de entertainers (Pieterse, 1990). Interessant is dat Schenkman, Zwarte Piet niet direct op dezelfde gekarikaturiseerde wijze (zoals wij hem kennen) afbeeldde. Dit ontwikkelde zich echter vrij snel aangezien raciale categorieën en raciale hiërarchieën steeds meer aanwezig waren gedurende de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw. In het begin van de twintigste eeuw werd het karikatuur steeds meer gekoppeld aan bestaande pseudowetenschappelijke “rassentheorieën”, en zo werden geracialiseerde kenmerken overdreven in beeldvorming (e.g. dikke lippen) en Zwarte Piet neergezet als de domme, loyale, kinderlijke dwaas (Brienen, 2014). Hiermee lijkt Zwarte Piet op de Amerikaanse “Sambo”, een “coon” die vooral geportretteerd wordt en werd als een luie, bangige, oppervlakkige, slechtsprekende, kinderlijke, loyale grappenmaker.

Prof. Wekker noemt op de website van NUC, drie functies van Zwarte Piet toen het geïntroduceerd werd in het midden van de negentiende eeuw: “1. De continuïteit met de eerdere Boemannen zit in de functie van ZP om stoute kinderen te straffen en af te voeren naar Spanje.

2. Ook het Nederlandse publiek dat zich aan hem en zijn fratsen vergaapte moest overtuigd worden van de inherente vrolijk- en blijheid van het type, zodat de slavernij met een gerust geweten kon voortduren.

3. De intocht fungeerde als een ‘leerschool’ voor witte mensen in de metropool over wat het betekende een burger van een koloniale natie te zijn; wie `wij` zijn en wie `zij´ zijn, en dat was en is niet inwisselbaar.”

Zwarte Piet is dus een wijze om hiërarchie te fabriceren, onder meer door het infantiliseren van zwarte mensen. Het is in Nederland overigens niet ongewoon om zwarte mensen als infantiel of kinderlijk af te beelden. Zie bijvoorbeeld onderstaande cartoons. De eerste een cartoon van Fritz Behrendt uit 1969. De tweede is een cartoon van Gregorius Nekschot (die overigens bekend staat om zijn kwetsende, racistische en anti-Islam cartoons).

/Users/malusijpenhof/Desktop/Textbooks/2008-2017/Feniks/Feniks leesboek 3v/IMG_2567.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het doel van de bovenstaande voorbeelden is om te tonen dat gefabriceerde hiërarchische verschillen tot uiting komen middels zowel geracialiseerde karikaturen als stereotypen en dat deze inherent in elkaar overlopen.

Bronnen