De term “Blank” heeft positieve associaties, zoals schoon, kleurloos, zuiver, licht, niet bevlekt, en is een normatieve term die nog steeds hoofdzakelijk gebruikt wordt in de Nederlandse taal. Dit heeft tot veel kritiek geleid vanuit antiracistische activisten en wetenschappers, die terecht stellen dat het woord “wit” (een term die overigens al eeuwen geleden gebruikt werd, maar is vervangen door het historisch geladen woord blank) inclusiever is, voor alle groepen in de samenleving.

Al generaties lang stellen zwarte wetenschappers, waaronder James Baldwin, W.E.B. Dubois en Frantz Fanon, dat “witheid” centraal staat in de problematiek van racisme. Het is echter pas relatief kort geleden, rond de jaren negentig, dat het bestuderen van witheid een officiële studie werd in de VS (Critical Whiteness Studies). Academici richtten zich vooral op de problematiek van witheid in relatie tot racisme. Dit werd belangrijk gevonden omdat racisme vrijwel uitsluitend bestudeerd werd met de focus op de “geracialiseerde ander”. Het doel van Critical Whitness Studies (CWS) is om de vaak onzichtbare structuren, die witte overheersing en wit privilege produceren, bloot te leggen. Binnen het CWS wordt derhalve aandacht besteed aan wit privilege, white privilege pedagogy, en de rol van wit privilege in relatie tot racisme. Een basisassumptie van CWS is, net als bij critical race theory (CRT), dat racisme en wit privilege bestaan in historische en hedendaagse contexten. Daarmee zullen theoretici zich niet richten op het bewijzen van de aanwezigheid van racisme of wit privilege, maar laten zij zien op welke wijze (vaak voor veel mensen onzichtbaar) deze tot uiting komen. Een andere basisassumptie van CWS is dat wanneer witte mensen hun medeplichtigheid aan racisme niet erkennen, er weinig zal veranderen. Witheid academici zien het daarom als elementair dat witte mensen met een andere bril gaan kijken naar hun eigen visie op de waarheid en naar hun ideologieën ten aanzien van ras en racisme. Hoe zien zij/wij ras? Hoe begrijpen zij/wij de sociale wereld? Wat is een witte identiteit?

Witheid academici gaan uit van een definitie van racisme die in relatie staat tot “white supremacy” en die gepositioneerd is in neoliberale economische structuren. Racisme wordt volgens DiAngelo (2018) door witheid academici gedefinieerd als: “(…) encompassing economic, political, social, and cultural structures, actions, and beliefs that systematize and perpetuate an unequal distribution of privileges, resources and power between white people and people of color.”

DiAngelo stelt dat racisme niet fluïde is. Dit wil zeggen dat het niet zo is dat zwarte en niet-zwarte personen van kleur de ene dag meer privileges hebben en witte mensen op een andere dag over meer privileges beschikken. De richting van macht, namelijk witte mensen die de macht in handen hebben ten opzichte van zwarte en niet-zwarte personen van kleur, is historisch genormaliseerd in Westerse samenlevingen (e.g. Mills, 1999). Ongelijke distributie van goederen en privileges aan witte mensen, benadelen zwarte en niet-zwarte personen van kleur. Witheid academicus Sleeter (2011: p.430) stelt dat “white people today in colonialist societies inherit the status and often the property that was (and still is) accumulated within a racialized system, and an identity as white that we take for granted.”

Witheid refereert aan de specifieke dimensie van racisme waarbij witte mensen meer privileges hebben dan zwarte en niet-zwarte personen van kleur en waar witte mensen zichzelf in een superieure positie plaatsen. Witheid is dus relationeel en wordt (continue) gevormd en gedefinieerd. Frankenberg (1993: p.1) stelt: “Whiteness is a location of structural advantage, of race privilege. Second, it is a ‘standpoint,’ a place from which White people look at ourselves, at others, and at society. Third, ‘Whiteness’ refers to a set of cultural practices that are usually unmarked and unnamed.

Belangrijk is dat witheid verschillende dingen kan betekenen in verschillende samenlevingen, afhankelijk van de dominantie van de groep, de demografie, de geschiedenis van een land, de politiek, etc. Daarmee is witheid contextueel. Zo is witheid door Jim Crow segregatie in de V.S. vaker een bewust onderdeel van de identiteit van witte mensen, terwijl witte mensen in Nederland niet snel zouden stellen dat zij een “raciale identiteit” hebben. Wit wordt door witte mensen gezien als “normaal”. Hun witheid is voor hen vanzelfsprekend, op een wijze die niet mogelijk is voor zwarte mensen en niet-zwarte personen van kleur. Het is overigens pas sinds kort dat witheid als thematiek naar voren komt in Nederland. In het verleden is er weinig onderzoek (een belangrijke uitzondering is Wekker, 2016) gedaan naar het concept in de Nederlandse context, wat de problematiek niet gemakkelijker maakt.

Ook zijn er verschillen in types “witheid” en de wijze waarop dit gewaardeerd wordt in een samenleving: sommige attributen zijn daarbij belangrijker dan anderen. Taal, sociaaleconomische status, opleidingsniveau, kleding, accent, etc. zijn relevante aspecten van witheid. Hoewel middenklasse vaak verondersteld wordt in relatie tot witte mensen, worden mensen bij wie hun “arbeidersklasse” zichtbaar is/wordt anders ingeschat en neergezet op de sociale ladder. In Nederland geldt hetzelfde voor witte mensen met een “andere” culturele achtergrond dan de Nederlandse. Of witte mensen met een accent (waarbij we ook weer te maken hebben met het hiërarchische karakter: het accent van een Poolse wordt anders beoordeeld dan die van een Amerikaanse). Dit toont dat witheid complex van karakter is en witte mensen diverse tegenstrijdige belangen kunnen hebben. Ondanks deze verschillende vormen van witheid, blijft het overkoepelende kenmerk van een witte identiteit, de privileges die hieraan verbonden zijn. Bonilla-Silva (2006: p.10) stelt dat: “(…) because all actors awarded the dominant racial position, regardless of their multiple structural locations (men or women, gay or straight, working class or bourgeois), benefit from what Mills calls the “racial contract,” most have historically endorsed the ideas that justify the racial status quo.” Witheid is dus hiërarchisch van karakter. Hedendaagse ideologieën over witheid zijn geworteld in het koloniale verleden. Dit houdt in dat er sprake is van een hiërarchische en racistische wijze waarop eigenschappen worden gekoppeld aan huidskleur. Zo worden positieve eigenschappen (succesvol, intelligent, objectief, onschuldig, etc.) vaak automatisch gelinkt aan witte mensen en negatieve eigenschappen (niet succesvol, niet intelligent, subjectief/emotioneel en schuldig) aan zwarte mensen en niet-zwarte personen van kleur.

Bronnen

  • Applebaum, B. (2016). Critical whiteness studies. https://doi. org/10.1093/acrefore/9780190264093.013
  • Bhopal, K. (2018). White privilege: The myth of a post-racial society. Bristol: Policy Press.
  • Bonilla-Silva, E. (2006). Racism without racists: Color-blind racism and the persistence of racial inequality in the United States. Rowman & Littlefield Publishers.
  • DiAngelo, R. (2018). White Fragility: Why It’s So Hard for White People to Talk About Racism. Beacon Press.
  • Frankenberg, R. (1993). The Social Construction of Whiteness: White Women, Race Matters. Minnesota: University of Minnesota Press.
  • Mills, C. (1999). The racial contract. New York: Cornell University Press.
  • Nzume, A. (2017). Hallo witte mensen. Amsterdam University Press
  • Sleeter, C. (2011). ‘Becoming white: reinterpreting a family story by putting race back into the picture’, Race, Ethnicity and Education 14 (4): 421-33.
  • Wekker, G. (2016). White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race. Duke University Press.