Toen ik twaalf was, vroeg ik aan mijn juf of Nederland ooit haar excuses had aangeboden voor het slavernijverleden. Op de middelbare school verbaasde ik me hoe de geschiedenis van slavernij werd behandeld in één paragraaf. Na mijn middelbare schoolperiode studeerde ik sociologie en het viel mij op dat er een gebrek aan diversiteit in de auteurs was. Met als meest sprekende voorbeeld de keuze om W.E.B. Du Bois (Afro-Amerikaanse historicus, socioloog, denker en activist) weg te laten tijdens het vak sociologische theorie. Deze voorbeelden zullen velen van jullie bekend voor komen. Als je in het Nederlandse onderwijssysteem opgroeit, dan valt het op dat er weinig aandacht wordt besteed aan ons koloniaal verleden en/of andere perspectieven. Deze ervaringen motiveerden mij om na mijn bachelor sociologie, de Master African American studies te volgen aan Boston University. Mijn grootste motivatie was het opdoen van kennis en ervaringen, zodat ik een soortgelijk programma zou kunnen opzetten in Nederland. In oktober 2018 is mij dit gelukt met het ontwikkelen, coördineren en onderwijzen van het vak Afro-Nederlandse Studies op de Universiteit van Amsterdam (UvA).

In 2018 rondde ik mijn Master docent maatschappijleer af. Op een dag was ik aan het studeren op de Roeterseiland campus en zag ik een poster van de UvA create your own course challenge. Studenten werden uitgedaagd om een idee te opperen voor een vak dat zij graag op de UvA wilden zien. Ik stuurde het idee van Afro-Nederlandse Studies in. Aanvankelijk wilde ik een idee insturen voor een vak dat African American Studies heette, maar een vriendin adviseerde mij om een idee in te sturen dat zich op de Nederlandse context concentreerde. Gezien de ontwikkelingen die Nederland de afgelopen 10 jaar heeft doorgemaakt, zou Nederland klaar zijn voor het vak Afro-Nederlandse Studies. Ik won de challenge niet, maar mijn inzending werd wel opgepikt door de faculteit Geesteswetenschappen. Zij hielden ook een competitie onder hun studenten en vroegen of ik mee wilde doen. Deze competitie won ik wel en ik mocht mijn idee tot een vak ontwikkelen.

Ik heb negen maanden aan de studiehandleiding en het programma mogen werken. Dit deed ik onder begeleiding van Prof. Elizabeth Buettner. Ook zocht ik veel mensen in mijn omgeving op om ideeën mee te delen en te sparren over hoe ik het vak het beste kon vormgeven. Mensen als Frank Dragtenstein, Simone Zeefuik, Aminata Cairo, Charl Landvreugd, Fadie Hanna en Pieternel de Bie waren een enorme steun.

Afro-Nederlandse studies is uiteindelijk een de-koloniaal en interdisciplinair vak geworden, dat zich richt op de geschiedenis en hedendaagse realiteiten van Afro-Nederlanders. Het vak duurde een half semester (8 weken) en was deels chronologisch opgebouwd. Tijdens de eerste fase bespraken wij de geschiedenis van Afro-Nederlanders. In de tweede fase behandelden wij onderwerpen binnen dit gebied. De eerste 4 colleges gingen respectievelijk over pre-koloniaal Afrika; trans-Atlantische handel in tot slaafgemaakte Afrikaanse mensen en slavernij; de periode na de afschaffing van de slavernij; en dekolonisatie en migratie. De volgende drie colleges waren meer thematisch ingericht. Het eerste thema was Afro-Nederlandse theorieën en concepten. Tijdens dit college stonden de concepten alledaags racisme van Philomena Essed en witte onschuld van Gloria Wekker centraal. Het college daarop ging over Afro-Nederlandse hedendaagse protestbewegingen en tijdens het laatste college bespraken wij Afro-Nederlandse culturele uitingen.

Tijdens het ontwerpen van de collegereeks wilde ik de studenten ook blootstellen aan enkele praktische ervaringen. Zo hebben wij de Black Heritage Tour van Jennifer Tosch gedaan, zijn we op bezoek geweest bij the Black Archives en zijn we naar het Zeeuws Archief geweest om documenten van de Middelburgse Commercie Compagnie (MCC) te bekijken. In de 18e eeuw handelde de MCC in tot slaafgemaakte Afrikaanse mensen. Hun archief is goed bewaard gebleven. Een voorbeeld van een archiefstuk dat indruk maakte, is het dagboek van een scheepsdokter. Hij heeft van elke gestorven Afrikaanse gevangene aan boord bijgehouden en daarbij aangegeven wat volgens hem de doodsoorzaak was. De laatste ervaring waar ik de studenten aan wilde blootstellen, is het presenteren van hun onderzoek tijdens een conferentie. Wij hebben tijdens de laatste bijeenkomst een ‘Afro-Nederlandse Studies mini-conferentie’ georganiseerd in het Bijlmerparktheater. Deze conferentie was openbaar en toegankelijk voor het publiek. Zo werd de kennis, die vergaard was tijdens de collegereeks, niet weggestopt in een map op de laptop van de studenten, maar gedeeld met een breder publiek dan de mensen die zich binnen de muren van de universiteit bevinden.

De studenten waren erg positief over het vak. Mede door de intense onderwerpen die wij bespraken en de veilige omgeving die wij binnen een korte tijd met elkaar hebben gecreëerd, is de groep snel tot elkaar gegroeid. Dit was ook wel nodig, anders wordt het lastig om binnen acht weken veel werk te verzetten en deze moeilijke onderwerpen met elkaar te bespreken, analyseren en onderzoeken. Er zijn echter ook dingen die ik in de toekomst anders zou doen. De focus lag tijdens deze reeks op de Afro-Surinaamse ervaring. Dit zou in een volgende reeks zeker anders moeten. De studenten gaven ook aan dat de toetsing anders mocht. Nu heb ik het vak zo vormgegeven dat het eindcijfer voor een belangrijk deel uit het geschreven paper bestaat. De volgende keer zou ik de presentaties en tussentijdse opdrachten zwaarder laten tellen. Ook zou ik ervoor zorgen dat het vak niet een half semester, maar een heel semester is.

Hoe ziet de toekomst van Afro-Nederlandse Studies eruit? Volgend semester wordt Afro-Nederlandse Studies in het eerste semester op de Hogeschool van Amsterdam gegeven. Het vak zal als keuzevak onderdeel zijn van het Social Work programma. Ik ben de dames achter SeSi daar dankbaar voor. Doordat het vak nu 16 weken zal duren, is er gelegenheid om de geschiedenis uitgebreider te bespreken. Zo zal er meer tijd zijn om de onafhankelijkheidstrijd van verschillende Afrikaanse landen, identiteit, geloof, seksualiteit en dekoloniseren van instituties te behandelen. Uiteindelijk hoop ik te bereiken dat dit belangrijke vak niet slechts een keuzevak, maar een hoofdvak zal worden. Om vervolgens uit te groeien tot een minor, bachelor studie en masterstudie. Dit onderbelichte deel van onze geschiedenis verdient namelijk meer aandacht dan het nu krijgt. Daarnaast zijn wij het aan de vorige en toekomstige generaties verplicht om ons koloniaal verleden en heden beter te onderzoeken en te onderwijzen.

Om jullie een idee te geven van het werk dat de studenten hebben geproduceerd, zijn enkele onderzoekssamenvattingen te lezen van Sascha Pimentel over roofkunst en de invloed op het heden en van Robin J. Boekhout over Blackface. Ook zijn de volledige papers te lezen via de volgende links: Roofkunst en Blackface.