De VOC wordt vooral geassocieerd met specerijenhandel, handelsgeest en welvaart en wordt ook wel de eerste multinational genoemd van Nederland. Deze eenzijdige beeldvorming is te zien in de uitspraak van Jan Peter Balkenende in 2002:

Laten we blij zijn met elkaar! Laten wij optimistisch zijn! Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek!

Deze uitspraak van Jan Peter Balkenende, een historicus, illustreert de vaak rooskleurige beeldvorming over de VOC en toont hoe de historische wetenschap een rol heeft in deze eenzijdige beeldvorming. In historische onderzoeken naar de VOC ligt dan ook de nadruk op de handelsgeest, VOC als multinational en specerijenhandel. Wanneer sommige historici spreken over slavernij in Azië noemen zij dit stedelijk, huishoudelijk en milder van karakter en koppelen zij het bezit van slaafgemaakte mensen aan status. Het is natuurlijk absurd dat bepaalde historici bepalen dat slavernij in Azië milder was. Geen enkele vorm van slavernij was mild van karakter. Door deze eenzijdige nadruk gaat men voorbij aan de impact van dit systeem op individuen en gemeenschappen.

Historici Matthias van Rossum (2015) en Reggie Baay (2015) bewijzen met hun onderzoeken het tegendeel. Zij tonen aan dat specerijenhandel gepaard ging met ontvolking en slavernij.

  • Slavernij wijdverspreid was in de regio van de Indische Oceaan en er verschillende stromen van handel in slaafgemaakte mensen bestonden tussen Oost-Afrika, Zuid-Afrika, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië.
  • Slavernij in Azië niet huishoudelijk en stedelijk was (hetgeen vaak gezien wordt als “mild”) en slaafgemaakte mensen ook ingezet werden op plantagewerkkampen op de Banda-Eilanden, Zuid-Afrika en de mijnen van Silida (Sumatra).
  • Huishoudslavernij gepaard ging met een enorme sociale controle, fysiek en seksueel geweld.

De VOC heeft in de regio van de Indische Oceaan (Oost-Afrika, Zuid-Afrika, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië) een belangrijke rol gehad in de slavernij. De VOC heeft in Mauritius en Zuid-Afrika het systeem van slavernij geïntroduceerd en een regionale handel in slaafgemaakten opgezet tussen Madagaskar, Mauritius en Zuid-Afrika (Moree, 1998). De VOC liet slaafgemaakte mensen gedwongen arbeid verrichten voor grootschalige en zware werkzaamheden zoals het bouwen van publieke werken. Voor de stichting, onderhoud en uitbreiding van VOC-vestigingen werd gedwongen arbeid van slaafgemaakten cruciaal geacht (Baay, 2015). VOC-dienaren, mensen in dienst van de VOC, konden gebruik maken van het maritieme netwerk van de VOC om zelf te handelen in slaafgemaakte mensen, buiten de VOC om. Dit werd een belangrijke inkomstenbron voor deze mensen. Het maritieme netwerk vormde dus de infrastructuur voor de VOC-dienaren om zelf in slaafgemaakten te handelen (Van Rossum, 2015).

Ondanks dat de VOC geen monopolie/alleenrecht afdwong op de handel in slaafgemaakte mensen, probeerden zij wel op verschillende manieren controle uit te oefenen, bijvoorbeeld middels het beheer van de eigendomsverhoudingen en het controleren van transacties gerelateerd aan de handel in slaafgemaakte mensen. (Van Rossum, 2015). Daarbij hief de VOC invoerbelastingen en konden zij hier dus ook indirect van profiteren. De VOC oefende ook controle uit over de bewegingsvrijheid van slaafgemaakte mensen. Slaafgemaakte mensen moesten bijvoorbeeld herkenbare kleding dragen en een dagpas bij zich dragen als zij gedwongen arbeid moesten verrichtten buiten de stad. Specifieke groepen vrije mensen zoals Chinese inwoners moesten vrijbrieven bij zich dragen. Een vrijbrief was het bewijs dat een persoon geen diensten moest uitvoeren voor de VOC en geen slaafgemaakte was.

Bronnen

  • Baay, R. (2015). Daar werd wat gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië. Amsterdam: Atheneum, Polak & Van Gennep.
  • Campbell, G. (2003). Structure of Slavery in Indian Ocean Africa and Asia. London: Taylor & Francis Ltd.
  • Moree, P. J. (1998) A concise history of Dutch Mauritius 1598-1710. A fruitful and healthy land. London: Kegan Paul.
  • Vanvugt, E. (2016). Roofstaat. Wat iedere Nederlander moet weten. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.
  • Van Rossum, M. (2015). Kleurrijke tragiek Slavernij in Azië onder de VOC. Hilversum: Uitgeverij Verloren.
  • Van Welie, R. (2008). Slave trading and slavery in the Dutch colonial empire: a global comparison. Nieuwe West-Indische Gids 82 (1-2). p. 45-94.
  • Vink, M. (2003). The World’s Oldest Trade: Dutch Slavery and Slave Trade in the Indian Ocean. Journal of World History 14 (2). p. 131-177.
  • Worden, N. (1985). Slavery in Dutch South Africa. Cambridge: Cambridge University Press.