Wanneer er gesproken wordt over slavernij gaat het meestal over een onvrije arbeidsverhouding waarbij de enslaver een slaafgemaakt persoon kan dwingen om arbeid te verrichten, waarbij de enslaver van deze gedwongen arbeid profiteert. Slavernij was meer dan een onvrije arbeidsverhouding, het was namelijk ook een ongelijke bezitsverhouding. Een ongelijke bezitsverhouding betekende dat de slaafgemaakte ‘bezit’ was van de onderdrukker. De ongelijke bezitsverhouding ging gepaard met een proces van dehumanisering. Mensen die geen mensen meer mochten zijn en gedegradeerd werden tot product, mensen die geen zeggenschap meer hadden over hun eigen lichaam, seksuele relaties, familiebanden, ouderschap, beweging, emoties en handelen. Mensen die hun identiteit afgenomen werd en een nieuwe identiteit werd opgelegd, mensen waarvan familie en woongebied werd afgenomen. Het gaat dus ook om traumatische ervaringen en emoties, zoals angst, pijn en verdriet. Traumatische ervaringen die van generatie op generatie doorgegeven zijn zoals Joy DeGruy Post Traumatic Slave Syndrome noemt (DeGruy, 2005).

Naast de onvrije arbeidsverhouding ligt bij het thema slavernij ook vaak de nadruk op het economische aspect van handel. Hierdoor worden er bewust dan wel onbewust cruciale elementen onderbelicht. Het is namelijk cruciaal om te benadrukken dat er een geheel politiek, cultureel en sociaal systeem met een religieuze en racistische basis werd gecreëerd om het economische systeem te kunnen beheersen en behouden (Hira, 2005). Het betreft een racistisch systeem waarin de door de Europeanen gefabriceerde “inferioriteit” van personen van kleur versus de zogenaamde “superioriteit” van witte personen centraal staat.

Politieke systeem

Het politieke systeem (Hira, 2005) werd beheerst door witte mannen die de belangen van de witte bevolking behartigden. Om de (door henzelf opgelegde) superieure status te behouden, werden er wetten ingevoerd om de onderworpen status van de slaafgemaakten vast te leggen. Deze wetten zorgden o.a. voor het ontnemen van de bewegingsvrijheid en het verbod op politieke activiteit, lezen/schrijven, het dragen van wapens en “interraciale” relaties. In de wetgeving werden slaafgemaakte mensen gedegradeerd tot producten. Ze vielen namelijk niet onder het persoonsrecht, maar tot 1827 onder het zakenrecht. Naast de beheersing van het politieke systeem en de wetgeving, werden ook de rechtbanken beheerst door witte mannen.

Fysiek geweld

Het gebruik van geweld was een cruciaal onderdeel van het politieke systeem. Ten alle tijden was er een dreiging van extreem fysiek geweld. Het gebruik van lijfstraffen was niet alleen een herinnering voor de slaafgemaakten aan hun onderworpenheid, maar ook een waarschuwing voor de anderen om niet in verzet te komen. Verzet werd dan ook bestraft met enorm zware straffen (Baay, 2015: p.120-142). Een voorbeeld hiervan zijn de straffen n.a.v. de opstand van slaafgemaakte op Curaçao onder leiding van Tula. Hier volgt een voorbeeld van het fysieke geweld waarmee het systeem van slavernij gepaard ging, maar ook een illustratie van de gevolgen van de beheersing van de rechtbanken door witte mannen. Het belang van de witte mensen stond centraal.

17 augustus 1795 was de dag dat de opstand begon. De directe aanleiding was de verplichting om op zondagen te werken, verlenging van de werktijden en onvoldoende voedsel. De basisoorzaak was de drang naar vrijheid van onderdrukking en uitbuiting. Het startte met een staking en resulteerde in een algehele opstand. Op 31 augustus 1795 werd de opstand op Curaçao gewelddadig neergeslagen. De straffen die volgden voor de slaafgemaakte vrijheidsstrijders waren meedogenloos en wreed. Deze genadeloze straffen brachten de wrede aard van het systeem van slavernij naar boven en het feit dat er geen grenzen waren om witte overheersing te behouden. De hoofdreden voor deze brute straffen was ook de dreiging voor de aantasting van de fundamenten van het systeem van slavernij, namelijk de ondergeschiktheid van zwarte mensen t.o.v. de superioriteit van witte mensen. Terreur, de dreiging van wrede straffen bij de geringste vergrijpen en het toepassen van barbaarse strafmethoden werden gebruikt om aan te tonen dat slaafgemaakten beter het systeem van slavernij konden accepteren dan in opstand te komen. De brute reactie en straffen ten opzichte van slaafgemaakte mensen stond in fel contrast met de straf voor een klein aantal witte sympathisanten. Zij steunden de opstand niet openlijk, maar boden bijvoorbeeld onderdak aan slaafgemaakte mensen, zoals Johanna Lesire. Zij kreeg geen straf. Witte “onschuld” werd tegenover zwart “daderschap” en “schuld” geplaatst. Tula gaf bijvoorbeeld aan te hebben gecommuniceerd met witte mensen, maar de openbaar aanklager stelde dat dit valse beschuldigen waren tegen “fatsoenlijke witte mensen” (Cain, 2011).

Mentaal geweld

De altijd aanwezige dreiging van geweld had tegelijkertijd ook mentale gevolgen voor de slaafgemaakten. Niet alleen angst voor extreem fysiek geweld, maar ook de angst om weer gescheiden te worden van nieuw opgebouwde relaties. Het constant onderworpen zijn, als inferieur beschouwd worden, het kwijtraken van de identiteit en beledigd worden is ook mentaal geweld.

Seksueel geweld

Een andere vorm van geweld, dat op grote schaal voorkwam, was seksueel geweld (Baay, 2015: p.126-130). Vrouwelijke slaafgemaakten en oorspronkelijke inwoners waren onderworpen aan de lusten van de mannelijke onderdrukkers. Niet alleen de lusten van mannelijke enslavers op plantage-werkkampen, maar ook kapiteins en matrozen op Nederlandse schepen. Onderzoeker Mark Ponte toonde aan dat er in het Stadsarchief van Amsterdam verschillende archiefstukken te vinden zijn waarin de verkrachtingen van slaafgemaakte vrouwen naar voren komen. Bij seksueel geweld was er regelmatig sprake van dubbel onrecht. Slaafgemaakte vrouwen werden verkracht en vernederd, maar werden regelmatig ook nog hiervoor gestraft door de vrouw van de desbetreffende man. Dit waren vaak gruwelijke straffen (Baay, 2015: p.126-127).

Culturele basis

Nederlandse kolonisatoren creëerden een eigen leefwereld in de voormalig Nederlandse koloniën. De Europeanen hadden het idee dat de Europese cultuur superieur was t.o.v. van de cultuur van de oorspronkelijke inwoners en slaafgemaakten (Hira, 2014: p.60-67). Dit betekende opgelegde “superioriteit” van de Nederlandse taal, wetenschap, onderwijs, schoonheidsidealen (stijl haar en lichte huid) en het christendom. Eurocentrisme werd opgelegd aan de oorspronkelijke inwoners en slaafgemaakten in de Nederlandse koloniën en ging gepaard met geracialiseerde stereotypen. Deze stereotypen werden gekenmerkt door seksualisering, exotisering, verdierlijking en inferioriteit. Slaafgemaakten werden beschreven als “wilden” en “heidenen”. Ondanks deze opgelegde cultuur vonden slaafgemaakten de kracht om hun eigen cultuur te behouden en werden er nieuwe religiën en talen ontwikkeld, zoals Winti en het Papiaments.

Sociale basis

De sociale basis is ontstaan uit de politieke en economische ongelijkheid tussen witte mensen en slaafgemaakten. Ongelijkheid en macht van de kolonisator, heeft ervoor gezorgd dat witte kolonisatoren een samenleving konden opbouwen gebaseerd op racistische sociale waarden. Daarnaast werden verschillen tussen personen van kleur gemanipuleerd door middel van een verdeel- en heerssysteem (Hira,2014). Een systeem om groepen tegen elkaar uit te spelen en samenwerking/ een collectief te voorkomen om de witte dominantie in stand te houden t.o.v. de onderworpenheid van personen van kleur. Door dit verdeel- en heerssysteem toe te passen is het idee van ‘hoe lichter de huid hoe beter en hoe meer kansen in samenleving’ diep verankerd in de koloniale samenleving. Dit verdeel- en heerssysteem ging dwars door families heen. Deze vorm van institutioneel racisme en colorism speelt tot op heden een belangrijke rol in voormalige koloniale samenlevingen evenals in Nederland.

Bronnen

  • Baay, R. (2015). Daar werd wat gruwelijks verricht. Slavernij in Nederlands-Indië. Amsterdam: Athenaeum.
  • DeGruy, J. (2005). Post Traumatic Slave Syndrome. America’s Legacy of Enduring Injury and Healing. Joy DeGruy Publications Inc.
  • Hart, B. (2014). Unlikeley couples. Regulating mixed sex and marriage from the Dutch colonies to European migration Law. Oisterwijk: Wolf Legal Publishers.
  • Heumen, G. & Burnard, T. (2011). The Routledge history of slavery. Londen/New York: Routledge Taylor & Francis Group.
  • Hira, S. (2014) 20 Questions and Answers about Reparations for Colonialism. Den Haag: Amrit.
  • Small, S. & Hira, S. (2005) 20 vragen en antwoorden over het Nederlandse slavernijverleden en haar erfenis. Den Haag: Amrit.